Minimale reiskosten vergoeding 2026: De complete gids
82% van de werknemers vindt de reiskostenvergoeding onvoldoende om woon-werkverkeer volledig te bekostigen, volgens een poll van Radar onder 583 respondenten, aangehaald in de rapportage over de onbelaste reiskostenvergoeding van Rijksfinanciën. Dat ene gegeven zet het debat meteen op scherp. De meeste discussies gaan namelijk over het fiscale maximum, terwijl de echte spanning in de praktijk vaak zit bij de vraag waar een vergoeding überhaupt begint.
Daar ontstaat ook verwarring over de term minimale reiskosten vergoeding. Veel werknemers denken dat er een wettelijk minimum bestaat. Veel werkgevers denken juist dat een informele drempel, zoals 10 kilometer enkele reis, vanzelfsprekend is. Allebei zitten daar maar deels goed.
In de praktijk draait het om drie dingen. Wat de wet níet verplicht. Wat fiscaal onbelast mag. En wat je als werkgever zélf glashelder moet vastleggen, zeker als je werkt met poolauto’s, hybride werkpatronen of declaraties op basis van losse ritten.
De Grote Vraag over Reiskostenvergoeding
De vraag die ik in de praktijk het vaakst hoor is simpel: vanaf hoeveel kilometer moet je reiskosten vergoeden? Het korte antwoord is minder bevredigend dan veel mensen hopen. Er bestaat in Nederland geen wettelijk minimum dat werkgevers verplicht om vanaf een bepaalde afstand te betalen.
Dat voelt voor werknemers vaak vreemd. Begrijpelijk ook, want reiskosten zijn echte kosten. Tegelijk zie je dat werkgevers ruimte nodig hebben om beleid af te stemmen op sector, marges, cao en mobiliteitsvorm. Juist daarom gaat het mis als organisaties aannemen dat “iedereen wel weet hoe het zit”.
Waarom dit onderwerp zoveel gedoe oplevert
De onduidelijkheid komt meestal niet door ingewikkelde fiscaliteit, maar door half uitgewerkte afspraken. In veel organisaties staat ergens dat er een vergoeding is, maar niet:
- Vanaf welke afstand de vergoeding ingaat
- Voor welke vervoersvormen de regeling geldt
- Hoe ritten moeten worden aangetoond
- Wat er gebeurt bij thuiswerken, ziekte of wisselende standplaatsen
Dan krijg je discussies aan de loonstrook in plaats van duidelijkheid aan de voorkant.
Praktische regel: als een medewerker eerst moet vragen hoe het zit, is je reiskostenbeleid meestal te vaag opgeschreven.
Een tweede bron van frustratie is dat werknemers “vergoeding” vaak lezen als “kostendekkend”. Dat is het lang niet altijd. Als een werkgever een beperkte tegemoetkoming geeft, of pas vanaf een bepaalde afstand vergoedt, kan dat juridisch prima zijn, maar communicatief slecht uitpakken als dat nooit expliciet is gemaakt.
Waar je als MKB-werkgever echt op moet letten
Voor MKB-bedrijven ligt de grootste valkuil niet alleen bij het bedrag, maar bij de administratieve onderbouwing. Dat speelt extra sterk bij gedeelde auto’s, consultants die niet elke dag naar dezelfde plek rijden en teams die afwisselend thuis, op kantoor en bij klanten werken.
Een werkbaar beleid voldoet in mijn ervaring aan drie eisen:
Eenvoudig uit te leggen
Medewerkers moeten zonder HR-handleiding begrijpen of ze recht hebben op een vergoeding.Schriftelijk vastgelegd
Mondelinge afspraken werken alleen tot de eerste discussie ontstaat.Controleerbaar in de administratie
Wat je uitbetaalt, moet je kunnen herleiden als de Belastingdienst vragen stelt.
Wie alleen naar het kilometertarief kijkt, mist dus de kern. De echte vraag is niet alleen wat je vergoedt, maar ook wanneer, aan wie en op basis van welke registratie.
Het Verschil Tussen Minimum en Fiscaal Maximum
In de praktijk gaat het hier opvallend vaak mis. Werkgevers zien het fiscale kilometertarief als norm, terwijl het fiscaal alleen de grens aangeeft van wat je onbelast kunt vergoeden.

Twee regels die je strikt uit elkaar moet houden
Voor MKB-werkgevers zijn dit simpelweg twee verschillende vragen:
| Onderwerp | Betekenis in de praktijk |
|---|---|
| Wettelijk minimum | Er is geen algemene wettelijke plicht om elke werknemer een reiskostenvergoeding te geven |
| Fiscaal maximum | Er geldt een grens voor wat je per kilometer onbelast kunt uitbetalen |
Daarmee is ook meteen duidelijk waarom discussies ontstaan over een “minimale reiskostenvergoeding”. Die minimale vergoeding staat meestal niet in de wet, maar in je eigen regeling, cao of arbeidsovereenkomst. In veel bedrijven zie ik daarbij een ondergrens van 10 kilometer terugkomen. Dat mag, maar alleen als de regeling exact zegt hoe je rekent.
Een korte woon-werkafstand van 8 kilometer enkele reis kan dus volledig buiten de vergoeding vallen, terwijl een collega op 14 kilometer wel iets krijgt. Fiscaal kan dat prima. Arbeidsvoorwaardelijk moet je het wel strak formuleren, anders krijg je discussies over gelijke behandeling en nabetalingen.
Het fiscale maximum is een plafond, geen standaardbedrag
Het onbelaste kilometertarief is een fiscale vrijstelling. Geen verplichte ondergrens. Geen automatisch recht voor de werknemer.
Dat onderscheid is belangrijk in drie situaties die ik vaak tegenkom:
Je vergoedt minder dan het fiscale maximum
Dat mag, zolang cao, contract of personeelsreglement je niet tot meer verplichten.Je vergoedt pas vanaf een bepaalde afstand, bijvoorbeeld 10 kilometer
Ook dat mag, maar de meetmethode moet vaststaan. Denk aan enkele reis of retour, snelste route of gebruikelijke route.Je vergoedt meer dan het fiscale maximum
Dat kan ook. Het meerdere wordt dan loon, tenzij je het anders verwerkt binnen de fiscale ruimte die je nog hebt.
De fout zit zelden in het tarief alleen. De fout zit meestal in de combinatie van tarief, drempel en administratie.
Juist bij poolauto’s wordt dit verschil risicovol
Bij een vaste woon-werkvergoeding is het onderscheid tussen minimum en fiscaal maximum vaak nog overzichtelijk. Bij poolauto’s, wisselende locaties en gecombineerde ritten naar kantoor en klant wordt het veel gevoeliger. Dan moet je niet alleen bepalen óf iemand recht heeft op vergoeding, maar ook welke rit zakelijk is, welke rit woon-werk is en welke kilometers helemaal niet declarabel zijn.
Daar zie ik in het MKB veel onnodige risico’s. Er is wel een afspraak over “vergoeding vanaf 10 kilometer”, maar geen sluitende rittenadministratie voor gedeelde auto’s. Dan kun je achteraf niet meer goed onderbouwen waarom de ene rit wel is vergoed en de andere niet. Voor HR, salarisadministratie en fleetbeheer is dat precies het punt waar losse afspraken te duur worden.
Een bruikbare basis is dat je beleid en registratie op elkaar aansluiten. Wie dat intern beter wil organiseren, heeft iets aan een praktisch overzicht over belasting en administratie rond rittenregistratie en vergoedingen.
Een fiscaal maximum geeft ruimte voor onbelaste vergoeding. Een minimale vergoeding ontstaat pas als jij die als werkgever vastlegt.
Werkgevers die dit verschil helder opschrijven, voorkomen twee klassieke fouten. Werknemers gaan dan niet uit van een automatisch recht op het maximale tarief. En de loonadministratie hoeft achteraf niet te puzzelen of een 10-kilometergrens, routeberekening of rit met een poolauto wel goed is toegepast.
Wat Moet Je als Werkgever Regelen
Bij reiskosten gaat het in de praktijk zelden mis op het tarief. Het gaat mis op de voorwaarden. Zeker bij een minimale vergoeding, zoals een ondergrens van 10 kilometer, moet je als werkgever vooraf exact vastleggen wanneer er recht ontstaat, hoe je afstand berekent en welk bewijs je accepteert.
Die ondergrens is geen fiscale regel van de Belastingdienst, maar een arbeidsvoorwaarde. Daar zit voor veel MKB-bedrijven de eerste denkfout. Men behandelt de 10-kilometergrens alsof die “ergens officieel” bestaat, terwijl je die grens alleen kunt handhaven als hij schriftelijk is vastgelegd en consequent wordt toegepast.
Leg de drempel zo vast dat payroll ermee kan werken
Een regeling is pas bruikbaar als HR, salarisadministratie en leidinggevenden hem op dezelfde manier uitleggen. Zet daarom minimaal vast:
vanaf welke afstand vergoeding geldt
Bijvoorbeeld vanaf 10 kilometer enkele reis, of juist vanaf de eerste kilometer.hoe de afstand wordt bepaald
Op basis van de snelste route, de gebruikelijke route of een vaste routeplanner.of je rekent met enkele reis of retour
Dit lijkt simpel, maar hier ontstaan vaak de eerste discussies.voor welke ritten de regeling geldt
Alleen woon-werk, ook klantbezoek, of een combinatie van beide.welke uitzonderingen gelden
Denk aan thuiswerkdagen, parttimers, tijdelijke standplaatswijzigingen en langdurige afwezigheid.
Zet dit niet alleen in een personeelshandboek. Verwerk het ook in de mobiliteitsregeling, arbeidsvoorwaarden of cao-toepassing binnen je bedrijf. Anders krijg je een nette beleidsnotitie waar de loonadministratie niets mee kan.
Regel bewijsvoering vooraf, niet pas bij controle
Bij een vaste woon-werkroute kom je met een eenvoudige onderbouwing vaak nog weg. Bij poolauto’s, wisselende locaties en gecombineerde ritten werkt dat niet. Dan moet je kunnen laten zien wie reed, wanneer, met welk doel en of een rit onder woon-werk, zakelijk verkeer of privégebruik viel.
Dat vraagt om duidelijke spelregels:
Kies één registratiemethode per type rit
Declaraties voor incidentele reizen, vaste vergoeding voor structureel woon-werkverkeer, rittenregistratie voor poolauto’s.Wijs een verantwoordelijke aan
Zonder eigenaar blijft controle hangen tussen HR, finance en fleetbeheer.Bepaal wanneer correctie nodig is
Bijvoorbeeld bij wijziging van woonadres, rooster, standplaats of gebruik van een poolauto.Controleer periodiek
Niet om wantrouwen te organiseren, maar om te voorkomen dat een fout maanden blijft doorlopen.
Hier gaat het in de praktijk vaak scheef. Een medewerker krijgt vergoeding vanaf 10 kilometer, maar gebruikt af en toe een poolauto voor dezelfde route. Als je die ritten niet apart registreert, loop je het risico dat je dubbel vergoedt of juist niet meer kunt onderbouwen waarom een vergoeding terecht was.
Een minimale reiskostenvergoeding is pas beheersbaar als de grens in je beleid én in je administratie hetzelfde betekent.
Poolauto’s vragen om een extra laag controle
Veel werkgevers onderschatten dit punt. Bij een poolauto gaat het niet alleen om beschikbaarheid van de auto, maar om fiscale onderbouwing. Je moet kunnen aantonen of een rit zakelijk was, of er woon-werkkilometers zijn gereden en of er misschien privégebruik in beeld komt.
Mijn praktische advies is simpel. Behandel poolauto’s nooit als een los operationeel onderwerp van facilitaire zaken. Koppel ze altijd aan je reiskostenregeling. Zodra een werknemer met een poolauto naar kantoor, een klant en daarna naar huis rijdt, moet vooraf duidelijk zijn welke kilometers wel of niet meetellen voor vergoeding en welke registratie verplicht is.
Wat ik in een werkbare regeling altijd wil terugzien
Een goede regeling hoeft niet lang te zijn. Wel precies genoeg om fouten te voorkomen. Neem in elk geval op:
- de kilometerdrempel
- het afgesproken tarief
- de definitie van woon-werkverkeer
- de behandeling van wisselende werkplekken
- de regels voor poolauto’s
- de vereiste bewijsstukken
- de correcties bij thuiswerken, verlof en ziekte
- de rolverdeling tussen medewerker, leidinggevende en salarisadministratie
Bedrijven die dit helder opschrijven, voorkomen vooral herstelwerk achteraf. En dat is in mijn ervaring het echte verschil tussen een regeling die op papier klopt en een regeling die in het MKB ook uitvoerbaar blijft.
Rekenvoorbeelden voor de Praktijk
In de uitvoering gaat het vaak mis op iets kleins: een drempel van 10 kilometer die wel in het beleid staat, maar niet goed wordt toegepast in declaraties of bij gebruik van een poolauto. Juist in die rekenstap ontstaan looncorrecties, discussies met medewerkers en onnodig handwerk in de salarisadministratie.
Ik reken daarom altijd eerst vanaf de ondergrens, pas daarna vanaf het tarief.
Bij een vaste maandvergoeding mag je uitgaan van een structureel reispatroon, zolang dat patroon ook verdedigbaar blijft in je administratie. De bekende formule blijft praktisch bruikbaar: kilometers enkele reis x 2 x 214 / 12 x afgesproken kilometertarief. Die uitkomst is alleen houdbaar als de medewerker inderdaad met regelmaat naar dezelfde werkplek reist en je tussentijds controleert of dat nog steeds zo is.
Variabele vergoeding bij losse ritten
Deze methode past bij hybride werk, wisselende projectlocaties en medewerkers die niet elke week hetzelfde reizen. Je vergoedt dan uitsluitend de ritten die onder je regeling vallen.
Een concreet voorbeeld. Een medewerker woont 15 kilometer van kantoor en jouw regeling kent een minimale vergoeding vanaf 10 kilometer enkele reis. Die medewerker komt in een maand 12 dagen naar kantoor. Dan is de berekening:
- 15 kilometer heen
- 15 kilometer terug
- 30 kilometer per kantoordag
- 30 x 12 = 360 kilometer in de maand
- 360 x het afgesproken kilometertarief = de vergoeding
Hier zit de praktijkfout vaak niet in de rekensom, maar in de invoer. Als een medewerker ook twee dagen met een poolauto reed, mogen die woon-werkkilometers niet nog eens als eigen vervoer worden gedeclareerd. Zonder sluitende registratie zie je dat verschil pas terug als de cijfers al in de loonrun zitten.
Vaste maandvergoeding bij een voorspelbaar patroon
Een vaste vergoeding werkt goed bij een vaste standplaats en een stabiel werkritme. Administratief is dat prettig, maar alleen zolang thuiswerkdagen, ouderschapsverlof, langdurige ziekte of een tijdelijke projectlocatie tijdig worden verwerkt.
Stel dat een medewerker 20 kilometer enkele reis van de vaste werkplek woont en jouw organisatie €0,23 per kilometer vergoedt. Dan kom je uit op:
- 20 x 2 = 40 kilometer per werkdag
- 40 x 214 = 8.560 kilometer per jaar
- 8.560 x €0,23 = €1.968,80 per jaar
- €1.968,80 / 12 = €164,07 per maand
Dat bedrag klopt alleen als het reispatroon in grote lijnen overeind blijft. Zakt iemand structureel onder het verwachte aantal reisdagen, dan moet je herrekenen.
| Methode | Berekening | Maandelijkse vergoeding |
|---|---|---|
| Variabel | Werkelijk aantal woon-werkkilometers in de maand x afgesproken kilometertarief | Wisselt per maand |
| Vast | Enkele reis x 2 x 214 / 12 x afgesproken kilometertarief | Vast bedrag bij structureel patroon |
Wanneer welke methode werkt
De keuze is minder fiscaal dan veel werkgevers denken. Het is vooral een administratieve keuze.
- Kies variabel bij hybride werken, veel klantbezoeken, onregelmatige roosters of discussie over de 10-kilometerdrempel.
- Kies vast bij een stabiele standplaats en weinig afwijkingen in het werkpatroon.
- Controleer poolauto’s apart. Daar zit vaak de grootste foutkans, omdat ritten wel worden gereden maar niet goed worden toegerekend aan zakelijk verkeer, woon-werkverkeer of privégebruik.
- Herbereken direct bij structurele wijzigingen. Wachten tot het einde van het jaar geeft bijna altijd correctiewerk.
Wie poolauto’s inzet, doet er verstandig aan de rittenregistratie niet naast de reiskostenregeling te laten lopen, maar in hetzelfde proces onder te brengen. Met een systeem dat laat zien hoe ritregistratie in de praktijk werkt, voorkom je dat kilometers dubbel worden vergoed of helemaal buiten beeld blijven.
De beste regeling is niet de regeling met het hoogste bedrag, maar de regeling die je elke maand foutloos kunt uitvoeren. Dat is bij een minimale reiskosten vergoeding meestal belangrijker dan het fiscale maximum.
Een Waterdicht Reiskostenbeleid Opstellen
Een goed beleid voorkomt meer discussies dan welke losse toelichting ook. Zeker bij een minimale reiskosten vergoeding moet je het document zo schrijven dat een medewerker, teamleider en salarisadministrateur er allemaal hetzelfde in lezen.

De checklist die in elk beleid hoort
Ik houd een reiskostenregeling graag compact, maar niet vaag. Deze punten moeten erin staan:
Reikwijdte van de regeling
Omschrijf op wie de regeling van toepassing is. Denk aan vaste medewerkers, tijdelijke krachten of medewerkers met wisselende standplaatsen.Drempel en aanspraak
Benoem helder of er een minimale afstand geldt voordat vergoeding begint.Vervoerssoorten
Zet apart uiteen wat geldt voor eigen auto, fiets, openbaar vervoer en bedrijfs- of poolauto.Registratie en declaratie
Schrijf op hoe medewerkers ritten of kosten moeten indienen, binnen welke termijn en via welk systeem.Afwijkingen en uitzonderingen
Regel ook thuiswerkdagen, langdurige afwezigheid, carpoolen en tijdelijke projectlocaties.
Schrijf beleid alsof iemand het overneemt
De meeste problemen ontstaan niet op de dag dat je beleid invoert, maar maanden later. Een HR-collega is uit dienst, een teamleider keurt declaraties anders goed, of de salarisadministratie interpreteert één regel anders dan operations.
Daarom moet beleid overdraagbaar zijn. Niet alleen juridisch juist, maar ook operationeel helder. Ik raad aan om de regeling te testen met drie vragen:
- Kan een medewerker zelf bepalen of hij recht heeft op vergoeding?
- Kan payroll zonder extra uitleg uitrekenen wat betaald moet worden?
- Kan een controleur achteraf volgen waarom een vergoeding is uitgekeerd?
Als één van die drie vragen met nee wordt beantwoord, is het beleid nog niet af.
Maak de uitvoering net zo duidelijk als de regel
Beleid zonder proces blijft papier. Zorg dus ook dat je intern vastlegt wie wat doet. HR stelt de regeling vast, leidinggevenden beoordelen uitzonderingen en payroll verwerkt alleen wat correct is aangeleverd.
Voor organisaties die dat proces willen stroomlijnen, helpt een praktische inrichting van registratie, goedkeuring en export. Op de pagina hoe RitScan werkt zie je bijvoorbeeld hoe een digitale werkwijze rond rittenregistratie operationeel wordt ingericht zonder extra hardware. Dat soort procesdenken voorkomt dat beleid blijft hangen op intentie.
Voorkom Fouten met Slimme Rittenregistratie
Bij poolauto’s gaat het vaak mis op een punt waar veel werkgevers te laat naar kijken. Niet bij het tarief, maar bij de bewijsvoering. Zodra woon-werkritten of andere zakelijke ritten niet sluitend zijn vastgelegd, wordt de hele vergoeding kwetsbaar.
![]()
Volgens de uitleg over reiskostenvergoeding op Werktijden.nl vervalt bij MKB-bedrijven met gedeelde bedrijfsauto’s voor woon-werkverkeer de kilometervergoeding vaak als privé-gebruik wordt vermoed. Een strikte rittenregistratie, binnen 48 uur na de rit, is dan cruciaal. Zonder automatisering blijft tot 40% van de ritten ongedocumenteerd, wat kan leiden tot boetes tot €5.514 per overtreding.
Waarom handmatig bijhouden zelden standhoudt
Op papier lijkt handmatige rittenregistratie eenvoudig. In de praktijk vergeet een medewerker een terugrit, noteert iemand de verkeerde locatie of wordt een rit pas dagen later ingevoerd. Zeker bij gedeelde voertuigen stapelen die kleine fouten zich op.
Dat zie je vooral in deze situaties:
Poolauto’s met meerdere gebruikers
Niemand voelt zich volledig eigenaar van de administratie.Consultants en buitendienst
Ritten wisselen per dag en zijn lastig achteraf te reconstrueren.Hybride teams
Het onderscheid tussen thuiswerkdag, kantoordag en klantbezoek vervaagt snel.
Wat wel werkt in de praktijk
Een bruikbare aanpak combineert lage drempel voor medewerkers met strakke controle voor beheer. In de praktijk werkt dat het best als registratie op meerdere manieren kan:
QR-code in de auto
De medewerker scant en registreert direct de rit.Automatische agenda-koppeling
Ritten worden herkend op basis van afspraken in Google, Microsoft of Apple Agenda.Slimme suggesties via adresboeken
Veelgebruikte locaties zijn sneller te selecteren.Terugkerende ritten automatisch inschieten
Handig bij vaste routes of periodieke bezoeken.
Wat ik sterk vind aan zo’n softwarematige aanpak, is dat je geen GPS-hardware hoeft te installeren en dat je de administratieve discipline dichter op het moment van rijden legt. Dat verlaagt de kans dat ritten blijven liggen.
Bij poolauto’s is snelle registratie geen luxe. Het is het verschil tussen een sluitend dossier en een discussie achteraf.
Voor teams die zoeken naar een uitvoerbare oplossing, geeft het overzicht van RitScan-functies voor rittenregistratie een goed beeld van hoe QR-registratie, agenda-koppelingen, suggesties en exports samenkomen in één werkproces. Het is bovendien gratis te gebruiken.
Veelgestelde Vragen over Reiskostenvergoeding
Er blijven altijd praktische randgevallen over. Dit zijn de vragen die ik het vaakst tegenkom bij HR, office management en wagenparkbeheer.
Geldt een minimale reiskosten vergoeding vanaf 10 km
Niet automatisch. Die 10 kilometer is een veelgebruikte ondergrens in de praktijk, maar geen wettelijke norm. Het geldt alleen als jouw werkgever dat zo heeft vastgelegd in cao, contract of reglement.
Mag een werkgever helemaal niets vergoeden
Ja, dat kan, tenzij in de cao of arbeidsovereenkomst iets anders is afgesproken. Het ontbrekende wettelijke minimum betekent dus niet dat het verstandig is om niets te regelen. Het betekent alleen dat de verplichting meestal uit afspraken komt, niet uit de wet zelf.
Mag je meer vergoeden dan het onbelaste kilometertarief
Ja. Alleen wordt het deel boven het fiscaal toegestane maximum niet automatisch onbelast behandeld. Dat vraagt dus om correcte verwerking in de loonadministratie.
Hoe zit het met openbaar vervoer
Voor openbaar vervoer is het vooral belangrijk dat je als werkgever duidelijk kiest welke systematiek je gebruikt. In de praktijk zie ik twee werkbare routes: vergoeding van de werkelijke OV-kosten of een regeling die aansluit op je algemene mobiliteitsbeleid. Welke keuze je ook maakt, leg vast welk bewijs je verlangt en hoe declaratie verloopt.
Wat als een medewerker deels thuiswerkt
Dan moet je beleid aansluiten op de feitelijke reisdagen. Een vaste vergoeding kan alleen goed werken als het reispatroon voldoende structureel is en periodiek wordt getoetst. Bij sterk wisselende aanwezigheid is declaratie op basis van werkelijke reisdagen meestal zuiverder.
Hoe ga je om met parttimers
Parttimers vragen geen andere basisregels, maar wel een zorgvuldige uitwerking. Je moet duidelijk opnemen of de aanspraak afhangt van daadwerkelijke reisdagen, rooster of een vaste berekening. Laat dat niet impliciet, want daar ontstaan veel correcties uit.
Is een bedrijfsauto hetzelfde als een kilometerdeclaratie
Nee. Juist daar gaat het vaak mis. Bij gebruik van een bedrijfs- of poolauto spelen andere fiscale vragen, vooral rond privégebruik en rittenregistratie. Behandel dat dus niet als een gewone woon-werkdeclaratie met een los formulier.
Wat is de beste aanpak voor een klein MKB-team
Houd het simpel en controleerbaar. Kies één regeling per categorie medewerkers, leg de drempel en methode schriftelijk vast en zorg dat ritten snel geregistreerd worden. Een prachtig beleid dat niemand uitvoert, is minder waard dan een simpele regeling die consequent wordt gevolgd.
Als je poolauto’s gebruikt of rittenregistratie eindelijk sluitend wilt maken zonder handmatig gedoe, kijk dan naar RitScan. Je kunt het gratis gebruiken, ritten registreren via een QR-code in de auto, automatische agenda-koppelingen inzetten, suggesties uit adresboeken gebruiken en terugkerende ritten automatisch laten inschieten. Dat maakt de stap van beleid naar uitvoerbare administratie een stuk kleiner.